Ingrid Jonker (1933-1965) was de meest toonaangevende dichter van haar generatie, een unicum in de Afrikaanse literatuur. Haar werk raakte na haar tragische dood in de vergetelheid, totdat Nelson Mandela in 1994 bij de allereerste zitting van het democratisch gekozen parlement van Zuid-Afrika opende met haar gedicht "Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga". Een gedicht dat Ingrid Jonker had geschreven naar aanleiding van de dood van een baby die in de armen van zijn moeder in het hoofd werd geschoten tijdens rassenrellen.

Haar gedichten zijn een weerspiegeling van haar onstuimige karakter en een diepgeworteld verdriet.  Verdriet om een vader die haar keer op keer afwijst. Verdriet om haar jonggestorven moeder. Verdriet om haar mislukte liefdesrelaties. Maar ook verdriet om haar verknipte moederland waarin de rassenstrijd steeds feller wordt. Door haar scherpe kritiek op het apartheidsregime en de regering lukt het haar lange tijd niet om haar werk gepubliceerd te krijgen. Een regering waar haar eigen vader ironisch genoeg zitting in had. 

De laatste periode van haar leven belandt ze steeds vaker in een psychiatrische inrichting. Diagnose: manisch depressief. Berooid, uitgeput en verward loopt Ingrid Jonker in de vroege ochtend van 19 juli 1963 bij Kaapstad de zee in en maakt zo een einde aan haar leven. Wat ze achterlaat zijn haar prachtige gedichten en een dochtertje van zeven, Simone.


En hiermee is het voor Niki Romijn allemaal begonnen, met een artikel in de VPRO gids: